Adder in gevaar: waar zijn de levende slangengangen?
Bremerhaven geeft informatie over de achteruitgang van adders: oorzaken, bedreigingen en beschermende maatregelen voor de bedreigde slang.

Adder in gevaar: waar zijn de levende slangengangen?
De adder vecht om te overleven
In de heide- en heidegebieden van de Noord-Duitse vlakte wordt de adder steeds zeldzamer. Alleen al tussen 2022 en 2024 registreerde het Gizifinformatiecentrum-Nord (GIZ-Nord) van het Universitair Medisch Centrum van Göttingen iets minder dan 20 oproepen per jaar over vermoedelijke adderbeten. Tien jaar geleden waren er tot 50 oproepen per jaar. Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat het voorkomen van adders – een van de bekendste giftige slangen – sterk afneemt. Professor Michael Pees van de Hanover University of Veterinary Medicine legt uit dat de adder in gevaar is en steeds minder geschikte leefgebieden vindt. Een zorgelijke ontwikkeling die niet onopgemerkt mag blijven.
Een verscheidenheid aan factoren draagt bij aan de bedreiging voor adders. Klimaatverandering met zijn extreme weersomstandigheden zoals droogte heeft gevolgen voor de dieren. De nat-droog overgangsgebieden waar adders traditioneel voorkomen, komen nu in gevaar. Er is ook een gebrek aan corridors die verschillende gebieden met elkaar verbinden, wat een negatieve invloed heeft op de voortplanting en genetica van populaties.
Een bedreigde habitat
Maar de problemen van adders zijn niet alleen een modern fenomeen. 120 jaar geleden werden op tal van terreinen vangbonussen voor adders uitgekeerd. Tienduizenden van deze slangen werden gedood en er werd een vereniging opgericht om adders uit te roeien. In Oostenrijk wordt de adder nu als “bedreigd” beschouwd en heeft hij speciale bescherming nodig. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van Engeland tot het Russische eiland Sakhalin, maar komt ook buiten de poolcirkel voor. In Oostenrijk leeft hij in zeven van de negen deelstaten, met uitzondering van Wenen en Burgenland, voornamelijk in dwergheidestruiken en de alpendennenzone.
Adderbeten zijn pijnlijk, maar niet levensbedreigend voor gezonde mensen. Hun voorkeur voor structureel rijke habitats zoals heide- en heidegebieden maakt ze echter bijzonder kwetsbaar voor habitatveranderingen. Hoge populaties wilde zwijnen, intensieve ontwikkeling en toenemend landgebruik vormen extra bedreigingen.
Beschermende maatregelen en nieuwe hoop
Om de adder te helpen zijn verschillende beschermende maatregelen nodig. Dit omvat het behoud en de optimalisatie van hun leefgebieden, maar ook meer educatief werk onder de bevolking. Het verbinden van habitats is essentieel om inteelt en vatbaarheid voor ziekten te voorkomen. Innovatieve projecten zoals de ‘Groene Gordel’ zorgen ervoor dat het heidekarakter in bepaalde regio’s wordt hersteld, bijvoorbeeld door slotgrachten te reactiveren en sparren te verwijderen om nieuwe zonnige plekken te creëren. Deze maatregelen zijn niet alleen langetermijnoplossingen, maar geven de adder ook een realistische overlevingskans.
Adders zijn koudbloedig en hebben regelmatig zonlicht nodig om hun lichaamstemperatuur te reguleren. Het is absoluut noodzakelijk dat mensen deze natuurlijke omstandigheden respecteren en beschermen. Met een gewetensvol beheer van zijn leefgebieden en de steun van het project ‘Cross-linking Green Belt’ heeft de adder mogelijk nog steeds een toekomst in Noord-Duitsland en daarbuiten.
Het lot van adders is een weerspiegeling van onze verantwoordelijkheid jegens de natuur. Het is aan ons om de habitat die de moeite waard is om te beschermen te behouden en om de geleidelijke achteruitgang van deze fascinerende soort een halt toe te roepen. Als we niets doen, kan het binnenkort te laat zijn.