Bremen plant een verpakkingsbelasting: 50 cent extra voor wegwerpbekers!
De Senaat van Bremen plant voor 2026 een verpakkingsbelasting op basis van het Tübingen-model om verpakkingsafval te verminderen en prikkels te creëren voor herbruikbare verpakkingen.

Bremen plant een verpakkingsbelasting: 50 cent extra voor wegwerpbekers!
In Bremen zal de geplande invoering van een verpakkingsbelasting een frisse wind laten waaien in de discussie over milieubescherming en afvalvermijding. De Senaat van Bremen is vastbesloten om vanaf begin 2026 een belasting op wegwerpverpakkingen in te voeren, vergelijkbaar met het model dat al ruim drie jaar in Tübingen wordt toegepast. In Tübingen betalen mensen al zwaar voor allerlei wegwerpverpakkingen, zo'n 50 cent voor een papieren koffiekopje, en de stadsbegroting profiteert van zo'n 800.000 euro per jaar. Het doel van dit initiatief is duidelijk: het verminderen van afval en het bevorderen van herbruikbare oplossingen.
De Kamer van Koophandel in Bremen heeft echter scherpe kritiek op de plannen en omschrijft de voorgestelde belasting als “te duur, bureaucratisch en niet effectief”. Volgens een onderzoek vreest 80 procent van de getroffen bedrijven stijgende kosten en toegenomen bureaucratische inspanningen. Deze angsten zijn niet ongegrond: er waren al juridische geschillen over de belasting in Tübingen die tot het Federale Constitutionele Hof leidden. Hierin is besloten dat gemeentelijke belastingen op wegwerpverpakkingen zijn toegestaan, maar met enkele beperkingen. Zo mogen alleen verpakkingen die ter plekke worden geconsumeerd belast worden, terwijl meeneemverpakkingen belastingvrij blijven als deze voor persoonlijke opslag worden gebruikt.
Ervaringen uit Tübingen
In de universiteitsstad Tübingen is de invoering van de verpakkingsbelasting de afgelopen jaren effectief gebleken: het gebruik van herbruikbare containers is sinds de invoering van de belasting verviervoudigd, ondersteund door een uitgebreid financieringsprogramma. De vraag blijft daarentegen hoeveel steden, geïnspireerd door Tübingen, een soortgelijke regeling zouden willen invoeren. Steden als Heidelberg en Freiburg denken luidkeels na over de invoering van soortgelijke belastingen nadat het Federale Constitutionele Hof de wettigheid van de Tübingen-verordening heeft bevestigd.
Ondernemers in Bremen moeten zich echter aanpassen aan de verschillende belastingtarieven en statuten tussen de gemeenten. Vooral kleine en middelgrote bedrijven zouden door de extra bureaucratie getroffen kunnen worden. Volgens een recent onderzoek besteden horecabedrijven al gemiddeld 14 uur per week aan het naleven van de regelgeving, en dat zou nog kunnen worden verergerd door een nieuwe verpakkingsbelasting. De DIHK eist dat het terugdringen van de bureaucratie op lokaal niveau dezelfde prioriteit krijgt als op federaal en EU-niveau.
De uitdaging van afvalpreventie
Een ander punt dat de discussie over de verpakkingsbelasting vormgeeft, betreft de effectiviteit van de regelgeving om verspilling te voorkomen. Het is onduidelijk in hoeverre de belasting daadwerkelijk tot afvalreductie leidt; er zijn immers al andere financieringsinstrumenten die verpakkingen belasten. Ook de IHK blijft sceptisch en eist dat er positieve prikkels voor het gebruik van herbruikbare verpakkingen komen in plaats van extra belastingen. De dialoog met politici en administratie moet ervoor zorgen dat zowel de bescherming van het milieu als de economische levensvatbaarheid gegarandeerd zijn.
Over het geheel genomen valt nog te bezien hoe de Senaat van Bremen de geplande belasting op wegwerpverpakkingen zal structureren. Zeker is echter dat het onderwerp in de stad en daarbuiten zeer populair is en intensieve discussie vergt. Want één ding is duidelijk: er is iets aan de hand en het is aan ons om de juiste weg te vinden.